|
Oerparochie en aartsdiakonaat.
De geschiedenis van de Jacobskerk brengt ons twaalf eeuwen terug in de tijd naar
de 8e eeuw.Het was een
roerige periode. De Franken onder leiding van hun koning Karel de Grote
probeerden de Saksen te onderwerpen. Een langdurige strijd, die meer dan
dertig jaar zou duren. Ingelijfd worden bij het rijk van Karel de
Grote betekende een gedwongen aanvaarding van het christendom. Het
christelijke geloof was het belangrijkste bindmiddel tussen de verschillende
volkeren in het grote Frankische rijk.
Ons dorp lag bij de westgrens van het
toenmalige West-Saksenland. Om de opstandige Saksen in het West-Saksenland
te kerstenen stuurde Karel de Grote daar een van zijn naaste vertrouwelingen
naartoe, de Angelsaksische geestelijke abt Bernrad van Echternach. Hij
kreeg de opdracht een dwangbekering tot stand te brengen: op het weigeren
van de doop stond de doodstraf. In 792 werd abt Bernrad aartsbisschop van de
Franse stad Sens en nam de bekende prediker Ludger zijn plaats
in. Deze wist door de kracht van het woord zijn toehoorders te bekeren en
niet door de macht van het zwaard, zoals bij abt Bernrad gebeurde. Toen
Ludger in 805 door Karel de Grote tot eerste bisschop van het nieuw gevormde
bisdom Münster werd benoemd, behoorde (uiteraard) ook de
oerparochie Winethereswick bij zijn bisdom. Winterswijk heette in de tijd
van Karel de Grote Winethereswick.Winter komt van de persoonsnaam Winether
en wick betekent een omsloten gebied, dat met handel te maken heeft.
Bouwgeschiedenis
Sporen van een houten doopkerkje uit de tijd van Ludger
werden tijdens de grote restauratie van de Jacobskerk tussen 1968 en 1972
niet teruggevonden. Er bevinden zich waarschijnlijk nog wel zo’n duizend
jaar oude natuurstenen fundamenten van een klein stenen zaalkerkje onder de
huidige fundamenten van de Jacobskerk.

Foto: Op de voorgrond de
fundamenten van het vroeg-gotisch koor van ca 1400. De keitjes erachter
dienden als fundament voor de koorafsluiting van het romaanse kerkje van
rond 1200 na Chr.
Tijdens de restauratie werden wel
enkele fundamenten van rond 1200 gevonden, van de romaanse voorganger van de Jacobskerk.Het is heel goed mogelijk dat Winterswijk toen behoefte had aan
een grotere kerk, met een echt koor. In 1193 werd de parochie Winterswijk
namelijk benoemd tot het aartsdiakonaat Winterswijk, ook wel “Uppen Braeme”geheten.
Deze naam is een overblijfsel van een veel ouder rechtsdistrict dat
“Braemgau”heette.
Braem is verwant aan het Engelse brim,
dat onder meer rand betekent. Braem zou dan opgevat kunnen worden als rand
van een gebied, dat de landschappelijke of geografische kenmerken van een
rand heeft.De aartsdiaken van het aarts- diakonaat Winterswijk of “Uppen
Braeme” hield toezicht op de geestelijken van zestien parochies. Deze
parochies lagen allemaal, behalve de parochie van Winterswijk zelf, in het
huidige aangrenzende West-Münsterland. Zoals o. a. de parochies van
Gescher, Raesfeld, Ramsdorf, Velen, Weseke en Alt Schermbeck.
Rond 1400 werd het romaanse koor van de
kerk vervangen door een wat groter vroeggotisch koor. Zo’n zeventig jaar
later bouwde men meer naar het oosten een heel nieuw laatgotisch koor en
aansluitend een in twee bouwfasen uitgevoerd nieuw laatgotisch schip.
Tufsteen van de afgebroken romaanse kerk werd hergebruikt in het midden van
de zijbeuken van dit nieuwe schip. Door het verschil in kleur tussen
de grijzige tufsteen en de rode baksteen is dit nog steeds duidelijk
zichtbaar.
Op 3 september 1507, zoals boven de ingang in de toren staat, werd de eerste
steen voor een nieuwe laatgotische toren gelegd.
Ook bij deze nieuwe toren werd het natuursteen van de
afgebroken romaanse toren hergebruikt. De verschillende steensoorten
in de toren zorgen voor een afwisselende en boeiende aanblik, al naar
gelang de stand van de zon of de intensiteit van het licht.
Foto: Toreningang aan de westzijde met de tekst.
Gelijktijdig met de bouw van de toren werden de zijbeuken langs de toren
verlengd. Rond 1550 was de Jacobskerk voltooid. Sindsdien is er aan de buitenkant van de kerk niet
of nauwelijks iets gewijzigd. Wij zien in het centrum van Winterswijk de Jacobskerk nog precies zo liggen als onze voorouders zo’n vijf eeuwen
geleden!
Foto: Detail
Schilderingen en teksten
In de late middeleeuwen, tussen 1472 en
1474, werden schilderingen aangebracht in dat deel van de Jacobskerk dat
zich onder het hoge dak bevindt. Dat was het zojuist gereed gekomen nieuwe
koor, met aansluitend de eerste twee traveeën van het nieuwe schip.
Wij
weten dat zo precies, omdat de schilder boven het middelste koorraam, onder
de schildering van Christus die op zijn wonden wijst, heeft geschreven:
“angefangen (?) 1472 vüllenbragt 1474”.
Foto: Christus, die uit het graf opstaat en wijst naar zijn wonden

Foto: Detail. Angefangen 1472...vüllenbracht 1474
De schilders die in de Jacobskerk
gewerkt hebben waren ware meesters in hun vak. Als je bijvoorbeeld een lijst
zou aanbrengen om de stralende engel die, ter ere van God,
dichtbij het koor
op een vedel speelt en je zou dit als schilderij ophangen in een museum, zou
iedereen daar vol bewondering en verwondering naar kijken. Zo’n prachtig
middeleeuws schilderij in een Winterswijks museum! Ook de schildering van Maria met het
Christuskind, rustend op haar in gebed gevouwen handen, is het waard om
aandachtig bekeken te worden.
Foto: Engel met de vedel (soort viool)
Het beste zou je daar als bezoeker een
verrekijker bij kunnen gebruiken, zodat ook de gezichtsuitdrukkingen en
andere details zichtbaar worden.
Maria wordt geflankeerd door Jacobus de
Meerdere, aan wie de kerk gewijd is. Hij draagt pelgrimskledij en neemt vol
respect zijn reishoed (met Jacobsschelp) af voor Christus. Aan
de andere kant staat apostel Paulus, het zwaard waarmee hij onthoofd werd
nog in zijn hand.
Foto: Jacobus Maior, Maria met Kind en Paulus .
Foto: Detail. Let op de
gezichtuitdrukking.
Behalve vele schilderingen zijn er ook
diverse teksten aangebracht in de Jacobskerk. Bijzonder is dat dit zowel
vóór als na de reformatie gebeurde. De teksten zijn in drie talen
geschreven: de oudste van rond 1500 zijn in het Latijn. De teksten van ca.
1560 zijn in het Nederduits geschreven, hoewel het toen nog zo’n
veertig jaar zou duren voordat de hervorming in deze streek zijn intrede zou
doen. Een voorbeeld is in
de zuidbeuk een tekst uit het Oude
Testament van Joël 2: vers 12 en 13, die nagenoeg geheel overeenkomt met een
oude Luthervertaling van de bijbel uit 1541: “Soe sprecht der Here bekeret
Euch to Mi …”
Foto:
Psalm 37 vers 25 in de noordbeuk, in het Nederlands van na 1600.
De eerste dominee in Winterswijk was
pastoor Rauwerts, die tevens de laatste pastoor was in de Jacobskerk. Dit
wijst er op dat de overgang tot het protestantse geloof een heel geleidelijk
proces moet zijn geweest. Alle kleurige schilderingen en alle teksten op
pilaren en wanden verdwenen geleidelijk onder een laag witkalk. In de
zijbeuken werden de gele gordijnen onder de teksten overgeschilderd met
zwarte gordijnen. Er werden teksten van na de hervorming aangebracht,in het
Nederlands van rond 1600, zoals bij de deur in de noordbeuk psalm 37: vers
25 “Ick ben jonck geweest ende out geworden…” Bijna vier eeuwen bleven
schilderingen en teksten onder de witkalk verborgen, om bij de grote
restauratie van de kerk rond 1970 weer ontdekt te worden.
Met de komst in 1613 van de bekende
dominee Jacob Revius, een strijdbaar calvinist en tevens geliefd dichter,
was de Jacobskerk duidelijk een hervormde kerk geworden.
Het Metzlerorgel
Behalve van het sfeervolle, harmonieuze
interieur kan de bezoeker van de Jacobskerk ook regelmatig genieten van de
prachtige klanken van het grote Metzlerorgel.
Oorspronkelijk werd het in
1834 door de bekende orgelbouwer Naber voor de Jacobskerk gebouwd. In het
begin van de jaren 70 is dit orgel uitgebreid gerestaureerd door de
Zwitserse firma Metzler. Het vernieuwde orgel werd ingebouwd in de oude
orgelkas, waarbij diverse Naberonderdelen werden hergebruikt. Regelmatig
worden er orgelconcerten gegeven op dit bijzondere orgel.
Foto: Metzlerorgel (1834)
Voor opmerkingen en reacties stuur u e-mail aan
 |